herfst Kalmthoutse heide

Niet de perfecte dag maar we besloten richting de Kalmthoutse heide te rijden. Ze hadden droog weer opgegeven met bewolking en later zou het iets open trekken. 

Macro 100 mm, F5

We parkeerde bij het informatiecentrum de Vroente en begonnen aan onze “Schaap”wandeling, 8 km door bos en over de heide. Na een paar honderd meter zagen we al de eerste paddenstoelen, o.a. Hele mooie vliegenzwammen, en werd de 100mm macro aan de camera gemonteerd. 

Bij paddenstoelenfotografie is het meestal het meeste om te kiezen voor een heel laag perspectief, zodat je de lamellen kan zien. Dat betekend dat je nogal eens door de knieën moet om op je buik in het bos te liggen. (Met nieuwere camera’s die een uitklapscherm hebben kun je zitten). 

Met een macrolens kun je ook spelen met details of het is immers geen must om de paddenstoel helemaal te fotograferen. 

Wat één van de betere foto’s is geworden is een kleine druppel aan een sparrennaald. Gewoon simpel even omhoog kijken en met de macro (camera op manual en manual focus, diafragma f2.8, en high speed opnames aan) proberen de druppel scherp te houden. Niet gemakkelijk aangezien je zelf altijd iets beweegt en de tak door de wind. Dat houdt in dat je met de focus continu handmatig moet bijsturen en het ritme van de bewegingen moet volgen. 

Macro 100mm, F2.8, 1/125, ISO 200

Het resulteerde in een bijna abstract met veel bokeh. Zou ik deze op een ander diafragma gezet hebben zou het abstracte verdwijnen. Nu benadruk ik de druppel en laat ik de achtergrond wel aanwezig zijn maar niet overheersen.

Blijf alert op kleine objecten en structuren zoals mini paddenstoelen, sparrentak in het zand, blaadjes met druppels. Dit kan een mooi onderwerp zijn voor de foto’s. 

Ik kijk er dan naar en beslis dan hoe ik het in beeld wil nemen. Vaak bekijk ik ook een andere hoek en kijk ik of dat beter is. Door beide foto’s uit de verschillende hoeken te maken zie en leer je wat er wel en niet werkt, daardoor train je jezelf. Je leert meer van de foto’s die minder goed zijn dan de goede. 

macro 100mm, F2.8, 1/125, ISO 200

We komen op de wandeling een kudde Gallowaykoeien tegen die onder de bomen staan op ongeveer 100 m afstand. Ik plaats mijn 100-400mm open de camera en besluit om er rustig naartoe te lopen van boom naar boom. Op ongeveer 50m schiet ik wat foto’s maar eigenlijk nog net te ver af voor mooie gedetailleerde foto’s. Ze hadden mij niet door, aangezien er één van de koeien rustig ging liggen maar uit respect voor de dieren ben ik er niet verder naartoe gelopen.

100-400mm (400mm), F5.6, 1/640, ISO 800

Diepte in de foto

Persoonlijk vind ik het mooi als er in een (groothoek)landschapsfoto diepte in de zit. Iets in de voorgrond zoals een jong boompje, een weg/pad, een dier wat je oog leidt over de foto. Ook bij macro werkt het heel mooi als je op de voorgrond een licht bokeh hebt waarmee je het storende kan laten verdwijnen of meer diepte in de foto kan brengen. 

Dit is een punt wat ik met de workshops die ik gevolgd heb geleerd heb. Hoe maak je een redelijke 2D omgeving toch interessant? Een menselijk oog richt zich snel op een punt en dit kun je gebruiken om mensen je foto in zich op te laten nemen. 

Daarbij helpt de gulden regel maar ook diepte en scherpte in de foto. Wat ik soms doe is bij het observeren met mijn handen al te kaderen. Zonder dat ik mijn camera aan mijn oog zet probeer ik de uitsnede te maken. Is de lucht storend? Of die boom? Moet ik meer naar links of rechts, groothoek of tele? Het is niet van klik en klaar maar al met de afbeelding bezig zijn in je verbeelding. Een paddenstoel of boom loopt niet weg dus neem de tijd om te observeren. Nadenken over wat je wel en vooral niet mooi vind zorgt ervoor dat je bij de voor jouw juiste instellingen en kaderage komt.